- 531 - |
|||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||
DENEMARKEN “Juli 1992. In
het ziekenhuis had ik van de dokters vernomen dat Monique voor drie maanden
was opgenomen. Ik bezocht haar elke avond van zes uur tot halfacht. Hierdoor
konden MM en Sven haar in de namiddag bezoeken zonder dat er knallende ruzies
aan het ziekenbed ontstonden. Daarnaast bleef ik tweemaal per dag naar Timi
in Brugge telefoneren om haar op te monteren en elke donderdag reed ik naar
Brugge om met haar de boodschappen te doen voor haar ouders. Daar vernam ik
dat deze weeral op reis wilden vertrekken. Deze keer per Mercedes naar
Denemarken. Ze hadden met de inkomsten van Timi een kleine caravan gekocht en
ze wilden dat ik met hen meeging. Ik besefte wel dat het de bedoeling was dat
ik voor hen het grootste deel van de reiskosten op mij zou nemen. Timi wilde
natuurlijk niet liever om van de drukkende thuissituatie verlost te zijn en
om mij dan elke dag te kunnen zien. Nadat ik me vergewist had dat het Monique
aan niets ontbrak, vertelde ik haar dat ik met de Zeemacht een vaart van
enkele weken ging maken. Op de reis maakte ik Timi gelukkig met enkele mooie
geschenken. Omdat we elkaar al één jaar kenden, kocht ik voor haar als
aandenken een gouden ring in de vorm van een slang, waarin dertig diamantjes
en twee robijnen waren ingewerkt. En om Gineï niet jaloers te maken, kocht ik
voor haar ook enkele cadeaus en liet haar in het ongewisse over de edelstenen
in Timi’s ring.” |
|||||||||||||||||